Down under: down to earth wines

In tegenstelling tot Europa en Amerika heeft Australië geen autochtone wijngaarden. In 1788 namen de eersten stokken het schip van Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika tot Sydney. Het was geen onmiddellijk succesverhaal. De wijngaarden leken maar niet te acclimatiseren. Het was er veel te warm, veel te vochtig en de eerste kolonisten waren voornamelijk Britten die van wijnbouw geen Franse kaas hadden gegeten.

Chateau Chunder
from Down Under


“Not for drinking but for laying down and avoiding”
Deze zinssnede uit de hilarische Monthy Python sketch toont de algemene perceptie van Australische wijn in de jaren 70. De ‘critter wines’* of beestjeswijnen werden door de wijnelite misschien wel geminacht toch ontketenden ze een ware egalitaire wijnrevolutie.

Als er iets is waar de Aussies meester in waren, was het wel wijnmarketing. De Fransen dachten dat het product voor zich zou spreken, maar met hun hermetische appellaties, intimiderende namen en weinig inspirerende labels lieten ze een groot deel van de potentiële wijndrinkers links liggen. Australië slaagde er in wijn naar de massa’s te brengen met hun duidelijke beestenboellabels en bag-in-box wijnen.

Na een aantal jaren werd de Australische wijnindustrie het slachtoffer van zijn eigen succesrecept. Meer en meer wijngaarden werden aangeplant en de wereld werd overspoeld door substandaard bulkwijn. Toen de nog goedkopere Chileense bulkwijn de supermarktrekken begon te veroveren, bleven de kangaroolabels met een zware kater zitten.

Minder kangaroos meer kwaliteit

De laatste jaren komen er terug veel positieve geluiden uit Australië. De productie werd aan banden gelegd door de overheid en er wordt meer gefocust op kleine en duurzame productie van boutique wijnen. Wel nog steeds zonder pretentie met verfrissende labels én een draaidop.